Woonvisie 2018

Mevrouw de voorzitter. Ik moet de collega raadsleden van de andere fracties bedanken voor hun inbreng tijdens de commissievergadering waarin de Woonvisie is besproken. Op de eerste plaats onze coalitiepartner, het CDA. Haar woordvoerder merkte op - ik citeer uit het conceptverslag - "de fractie constateert dat deze Woonvisie in grote lijnen dezelfde is dan de vorige" (einde citaat). Ik dank het CDA voor de inspanning om het huidige voorstel te vergelijken met de vorige. Op de inbreng van de VVD kom ik verderop terug. De PvdA dank ik voor de vasthoudendheid waarmee gevraagd werd om een evaluatie van de Woonvisie 2013-2018. Hoewel tijdens de commissievergadering de verwachting werd uitgesproken dat deze evaluatie niet voor de raadsvergadering van vandaag gereed zou zijn, werd deze ons een paar dagen geleden toegestuurd. Jammer, maar procedureel wel begrijpelijk en verklaarbaar, is dat dit belangrijke stuk niet aan de raadsagenda is toegevoegd en deel uitmaakt van de beraadslagingen van vandaag. Toch wil ik kort blijven stilstaan bij de conclusies van dit belangrijke document omdat deze van grote invloed zijn op het beeld van de fractie Samenwerking Reusel - de Mierden van het woningbouwbeleid binnen gemeente Reusel - de Mierden. Uit de evaluatie van de Woonvisie 2013-2018 blijkt namelijk dat er - op de keper beschouwd - niet zo bar veel terecht is gekomen van de ambities in deze Woonvisie. Ten aanzien van de zeven hoofdthema's kan bij geen enkel punt aangegeven worden dat de ambities volledig zijn gerealiseerd. Bij een aantal hoofdthema's wordt dit ruiterlijk toegegeven, maar bij een ander wordt wat krom is, toch nog recht gepraat. Een voorbeeld. Bij het hoofdthema "Extramuralisering en vermaatschappelijking van de zorg" - in deze evaluatie het hoofdthema dat er nog het meest positief vanaf komt - wordt gesteld dat - ik citeer - "Hoewel later dan vooraf gepland, zijn er inmiddels afspraken over het aantal intramurale plaatsen gemaakt met RSZK en over de servicewoningen met De Zaligheden". [einde citaat] Ik neem aan dat we het hier hebben over de zorgwoningen die in Centrumplan Reusel- Zuid zouden komen, maar waarvan wij een half jaar geleden moesten vernemen dat RSZK, bij de herziening van haar huisvestingsplan, tot een ander inzicht is gekomen. Deze enorme aderlating voor onze gemeente vervolgens uitleggen als een gerealiseerde ambitie is niet erg chique. Als ik deze ronduit ontnuchterende evaluatie van de Woonvisie 2013-2018 vervolgens koppel aan de constatering van de collega's van het CDA dat de Woonvisie 2018-2023 "in grote lijnen dezelfde is dan de vorige", dan word ik - en met mij mijn fractiegenoten - door een lichte vorm van paniek bevangen. Bij hernieuwde bestudering - met de conclusies van de evaluatie in het achterhoofd - van de nu voorliggende woonvisie vielen enkele punten op die tijdens de commissievergadering onvoldoende aandacht gekregen hebben. Behalve de punten waarmee wij het eens zijn en die tijdens de commissievergadering reeds als zodanig zijn benoemd - wij denken hierbij aan de verhoging van het ambitieniveau van 40 naar 60 procent sociale huurwoningen - wil ik speciale aandacht vragen voor twee knelpunten. 1. De prioriteringsmethodiek. In 2012 is een lijst met vijf criteria opgesteld. Nieuwe initiatieven worden positief beoordeeld als aan minimaal drie van de vijf criteria voldaan wordt. De ervaring leert dat hieraan nauwelijks te voldoen valt. Zeg maar rustig: helemaal niet. Hoewel het college de bevoegdheid heeft om hiervan af te wijken, kennen wij inmiddels genoeg voorbeelden dat het erop lijkt dat nieuwe initiatieven op een nogal rigide manier aan deze lijst met vijf criteria getoetst worden. Op zich is dit correct. Maar is het niet verstandig om kaders die in de praktijk niet blijken te werken, te veranderen? Een van onze illustere voorgangers noemde dat "voortschrijdend inzicht". In de Woonvisie 2018-2023 wordt weliswaar aangegeven dat het prioriteringsinstrument herzien moet worden, maar er worden geen concrete voorstellen gedaan. Wij vinden het een gemiste kans dat in het document dat wij vanavond moeten vaststellen, geen nieuw alternatief wordt voorgesteld. De concrete vraag is nu: wanneer komt het college met een nieuw voorstel voor een herzien prioriteringsinstrument? Vooruitlopend op het antwoord, en hiermee samenhangend, leg ik de overweging op tafel of het niet verstandig zou zijn om de huidige kaderstellende lijst met vijf criteria alvast los te laten. Hierdoor kunnen ongetwijfeld initiatieven die op grond van het niet voldoen aan minstens drie van de vijf criteria "geparkeerd" werden, weer in beweging gebracht worden waardoor de inbreng van de VVD tijdens de commissievergadering versneld gerealiseerd kan worden; de VVD vatte de woonvisie samen in drie woorden: "bouwen, bouwen, bouwen". 2. Inbreidingslocaties. In de Woonvisie wordt op verschillende plaatsen aangegeven dat op de eerste plaats gekeken moet worden naar inbreidingslocaties en pas daarna naar nieuwe uitbreidingsplannen. Hiermee is niets nieuws onder de zon en hiermee zijn wij het ook eens. We vinden over de inbreidingslocaties in de nieuwe Woonvisie teleurstellend weinig terug. Als wij het goed hebben - corrigeer me als ik het mis heb - is er in 2002- 2004 een inventarisatie uitgevoerd van mogelijke inbreidingslocaties. Op grond hiervan is in 2005 een lijst samengesteld met locaties die een zogenaamde wijzigingsbevoegdheid hebben gekregen. Dit is een voorwaarde om op een potentiële inbreidingslocatie een of meer woningen te kunnen realiseren. Nu blijkt dat op een groot deel van de in 2005 positief bestemde inbreidingslocaties - in de woonvisie wordt dit "de harde capaciteit" genoemd - anno 2017 nog helemaal niets is gebeurd. Deze niet gebruikte "harde capaciteit" werkt echter remmend. Daar is de fractie Samenwerking Reusel - de Mierden niet gelukkig mee. Zeker niet omdat het in de praktijk onmogelijk blijkt om op veranderende situaties in te spelen: de in 2005 opgestelde lijst blijkt spijkerhard te zijn. Wie toen niet op de lijst kwam, kan hoog springen of laag springen: hij of zij komt er niet op. Is dat het "dynamische karakter" waarover wethouder Van de Ven tijdens de vorige commissievergadering sprak? Ik hoop van niet. Wij vinden het daarom een tweede gemiste kans dat in de Woonvisie er geen nieuwe kaders worden geformuleerd met betrekking tot de inbreidingslocaties. Het is dringend gewenst dat de lijst uit 2005 geactualiseerd wordt. Onze concrete vraag is nu: wanneer kan de raad een nieuw voorstel tegemoet zien? Dat antwoord kan ik eigenlijk zelf al wel geven. Tenminste als ik af ga op antwoorden die aan onze burgers zijn gegeven. In één concreet geval uit maart 2017 - dus nog vóór de capaciteitsuitbreiding bij de afdeling RO - werd aangegeven dat de inventarisatie van de mogelijke uitbreidingslocaties "voor eind 2017" afgerond zou zijn. Het kan zijn dat ik me vergis, maar volgens mij is dat nu. Gelet op het raadsbesluit van april 2017 waarin de gemeenteraad een slordige 1,1 miljoen uit de binnenzak trok om de achterstanden bij de afdeling RO weg te werken, zouden wij mogen verwachten dat deze inventarisatie eerder vóór eind 2017 zou zijn afgerond, dan later. Ik hoop toch niet dat de verantwoordelijke portefeuillehouder andermaal moet antwoorden dat de inhaalslag ook op dit onderdeel mislukt is. Ons geduld is groot, maar niet onuitputtelijk. Dit zijn de twee concrete onderdelen waarop we een politiek antwoord van de wethouder verlangen. Rest mij nog om op te merken dat we opnieuw aandacht vragen voor een dynamische interpretatie van de nog vast te stellen kaders als het gaat om de koppeling woningbouw in relatie tot de zorg. Met andere woorden: om de wens te honoreren en invulling te geven aan de maatschappelijke ontwikkeling om oudere mensen zo lang mogelijk zelfstandig te laten wonen moet er wat betreft het woningbouwprogramma soms met de genade meegewerkt worden. Dit vereist bij de uitvoering van het in de woonvisie vastgelegde beleid enige souplesse. Wij spreken de hoop uit dat dit voor de looptijd van het vast te stellen document, 2018-2023, tot de mogelijkheden gaat behoren. Tot zover onze inbreng in eerste termijn.

  • Nieuws